Ziektes en aantastingen - Praktijk Centrum Bomen

Blog

Ziektes en aantastingen

Ziekteverwekkers kunnen worden onderverdeeld in schimmels, bacteriën, virussen en fytoplasma’s. Elk van deze groepen heeft zijn eigen specifieke bouw en levenswijze en is op zijn eigen wijze schadelijk voor de boom. Binnen elke groep zijn er soorten die zeer schadelijk zijn en anderen die minder schadelijk zijn.

Schimmels

Schimmels kunnen bomen infecteren door middel van sporen of door het mycelium. Sommigen dringen de boom binnen via openingen die zijn ontstaan door schade of snoeien. Andere schimmels kunnen door de gave opperhuid van de boom het weefsel binnendringen. Als de schimmels eenmaal zijn binnengedrongen, breiden ze zich in rap tempo uit. Ze veroorzaken schade aan de boom doordat ze de celstructuur aantasten, de stofwisseling verstoren of het transportsysteem verstoppen.

Bacteriën

Bacteriën zijn plantaardige, eencellige organismen die in grootte variëren van 0,1 tot 100 micrometer. Niet alleen bij planten, maar ook bij mens en dier, veroorzaken bacteriën dikwijls ziekten. Onder vochtige omstandigheden kunnen bacteriën zich enigszins voortbewegen. Door middel van celdeling kunnen bacteriën zich razendsnel vermenigvuldigen.

Virussen

Veel virussen zijn ziekteverwekkers bij mens, dier en plant. Voor vermeerdering gebruiken virussen levende gastheercellen. Verspreiding van virussen gebeurt altijd passief, bijvoorbeeld door dieren, het stekken van zieke planten, sapoverdracht van besmette planten of stuifmeel.

Fytoplasma’s

Fytoplasma’s zijn kleine, eencellige organismen. Qua grootte en eigenschappen zitten ze tussen bacterien en virussen in. Pas in 1967 werden fytoplasma’s als ziekteverwekkers bij planten ontdekt. Als een plant besmet is met fytoplasma’s groeien over het algemeen minder goed, bloeien minder rijk, hebben minder kiekkrachtig zaad en vertonen afwijkingen aan het blad of hout.

Insecten

Insecten behoren tot het overgrote deel van de dierlijke beschadigers van stadsbomen. De schade die zij toebrengen kan direct en indirect zijn. Bij directe schade spreken we over kaalvraat, skelletering van het blad en boren in de stam, takken of wortels. Andere insecten zijn schadelijk voor bomen door het overbrengen van bacterie- of schimmelziekten, de indirecte schade.

Gevolgen

De gevolgen van aantasting aan bomen kunnen groot zijn, afhankelijk van de plaats, omvang en aard van de aantasting. Dit heeft vooral effect op de stabiliteit van de boom. Hoe stabiel de boom nog is, hangt af van de verhouding tussen aangetast- en gezond hout.
Bij periodieke boomveiligheidscontroles is het belangrijk te letten op aanwezigheid van ziekteverwekkers.

Wil jij weten of jouw kennis op peil is als boomverzorger? Of zoek je naar een training of opleiding om jouw kennis te vergroten?

Schrijf een reactie op dit bericht