Blad- en naaldvreters - Praktijk Centrum Bomen

Blog

Blad- en naaldvreters

Insecten zijn een van de veroorzakers van ziekten en aantastingen van bomen, zoals in een eerder blog beschreven. Onder blad- en naaldvreters verstaan we verschillende groepen insecten. Deze zijn regelmatig tijdens een klein deel van het jaar aanwezig om aan bladeren en naalden te vreten. De groepen insecten bestaan uit haantjes, vlinderlarven, snuitkevers, bladwespen en cicaden. De wijze van vraat verschilt en kent allerlei verschijningsvormen. Zo kunnen ze bomen kaalvreten, blad skeletteren, venstervreten of mineren.

Ecologische processen

De boom herstelt zich na de aantasting vrijwel altijd, waardoor blijvende schade uitblijft. In bepaalde jaren kunnen deze vretende insecten ontwikkelen tot een plaag. In de meeste gevallen zal door ecologische processen de plaag weer verdwijnen. Een voorbeeld hiervan is de toename van natuurlijke vijanden van de insecten. Dit proces zal niet voor elke vreter opgaan vanwege de allergische reacties die het bij de mens kan uitlokken. Waar zij overlast veroorzaken, worden zij bestreden. Voorbeelden hiervan zijn de eikenprocessierups en de bastaardsatijnvlinder. Hieronder gaan we in op de drie insectensoorten haantjes, wespen en motten, die verantwoordelijk zijn voor blad- en naaldvraat.

Haantjes

De larven van deze insecten skeletteren het blad lokaal aan waarbij de nerven intact blijven. Daarbij kunnen we twee soorten onderscheiden, die van het zwarte elzenhaantje en het lichtgrijze tot gele wilgenhaantje. Het staalblauwe elzenhaantje overwintert in de bodem onder afgevallen blad, terwijl het bronskleurige wilgenhaantje ook in schorsspleten kan overwinteren. De schade blijft beperkt tot een verminderde sierwaarde en met het opruimen van afgevallen blad is de aantasting te verminderen.

Wespen

Wij kennen twee soorten wespen die blad aantasten en hebben elk een eigen wijze van aantasten. Zo vreten de larven van de lindebladwesp het bladmoes aan de onderzijde van het blad weg. Laat je niet misleiden door de naam, deze wespen komen ook voor op de eik en wilg. Ernstig aangetast blad wordt bruin, krult om en valt af. Per jaar zijn er dikwijls twee generaties en maakt dat de vraat over een lange periode voorkomt. Vooral jonge bomen, bomen in een kuip en leilinden lijden het meest van de bladwesp, tot groeivermindering aan toe. De larven van de berkenmineerwesp vreten mijnen in het blad, die starten van de middennerf. De uiteindelijke schade beperkt zich tot een vermindering van de sierwaarde.

Motten

Met uitzondering van de spinselmot mineren de paardenkastanjemineermot en de plataanvouwmijnmot de bladeren. In beide gevallen wordt het bladmoes tussen de opperhuiden weggevreten en ontstaan blaasmijnen. Het opruimen van het afgevallen blad met de overwinterende poppen helpt bij de preventie van de paardenkastanjemineermot, maar een gebrek aan natuurlijke vijanden kan een snelle verspreiding verklaren.
De spinselmot is een ander verhaal. In het voorjaar vreten de rupsjes de bomen en struiken volledig kaal, maar lopen erna weer uit. Takken en stammen worden in zijn geheel ingesponnen in een wit en taai spinsel. Dit is een tijdelijk, maar meestal jaarlijks terugkerend fenomeen. De overlast kan worden beperkt door in een vroeg stadium de kolonie jonge rupsen uit de takken te knippen.

Volgende keer nemen we andere soorten insecten onder de loep. Wilt u na het lezen van dit blog meer weten, of bent u geïnteresseerd geraakt in onze opleidingen tot boomverzorger? Neem gerust contact met ons op.

Schrijf een reactie op dit bericht